
Onderstaand de volgende onderwerpen:
In memoriam kapelaan L Brueren
Afscheid father Jonathan Germinanda
Kennismaking Arjan Langen
Vertrek pater Jonathan Germinanda uit Venlo
Toespraak deken J Spee over krimp van de kerk.
4 mei 2911 dodenherdenking in Rosarium
Restauratie hoofdaltaar
Toespraak bgv herdenking bevrijding van Venlo 2010 door deken J Spee.
Restauratie hoofdaltaar.
Processiepark in Genooy anno mei 2009
Installatie deken J Spee
Afscheid van Deken A Franssen
In memoriam kapelaan L Brueren


Via radio, televisie, krant en tijdens de uitvaartdienst bent U uitgebreid geïnformeerd over
de persoon en priester kapelaan L Brueren.
Uit alles wat er gezegd en geschreven is blijkt, dat:
Een groot man van ons is heengegaan.
Homilie uitgesproken tijdens de uitvaartdienst door deken J Spee
We zijn vandaag bijeen rondom het Woord en het altaar van de Heer en rondom het gestorven lichaam van een bedienaar van dat Woord en van die Tafel: Leo Brueren.
We zijn samengekomen om deze mens, deze opmerkelijke en zeer bijzondere mens, priesterlijk in hart en nieren, te gedenken. Want dat hij dat was, dat zal een ieder die hier vandaag aanwezig is en velen buiten deze kring van harte bevestigen. Was het zijn persoon, zijn voorkomen, zijn stemgeluid dat hem tot die opmerkelijke mens maakte? Ik denk dat dit ten dele zeker zo zal zijn. Wanneer hij ergens aanwezig was, dan ging die aanwezigheid niet onopgemerkt voorbij. Hij was er en dat mocht iedereen dan ook weten! Maar er was meer dan al die benoembare uiterlijkheden. Want uiterlijkheden zijn en blijven slechts uiterlijkheden. Toegegeven: Leo hield zelf best van al die Uiterlijkheden, spotlights. Hij was een man die daar ook zichtbaar van kon genieten. Het leven als een stuk theater, dat lag hem wel.
Niet voor niets had hij er in zijn jonge jaren over nagedacht wat hij uiteindelijk wilde worden: toneelspeler of priester! Hij maakte uiteindelijk z'n keuze, maar heeft in zekere zin zijn leven geleefd in een combinatie van die twee. Ze horen ook bij elkaar, ja ze vullen elkaar aan en ze overlappen elkaar: een priester heeft tenslotte ook zijn toneel, ook al heet het dan anders en staat het meer in de glans van de heilige zaken, het blijft een plaats, waar de spotlights op je zijn gericht, waar je achter een microfoon staat en waar je je alvorens te beginnen ook verkleedt. Maar ook dat zijn allemaal uiterlijkheden. En je maakt er niets van en je brengt er weinig van terecht wanneer het alleen bij al die uiterlijkheden blijft.
Er moet iets anders zijn, en dat andere dat bezat Leo. Namelijk een warmte, een uitstraling, een hart dat klopte voor de goede zaak. In die warmte willen mensen zich koesteren, ja, op die warmte komen ze af. Zo zag Leo zijn priesterschap. Binnen en buiten de sacrale ruimten was hij altijd de man met de warmte om zich heen. Een warmte die hij dikwijls miste in het leven van alledag. Een warmte die hij soms miste in zijn kerk, maar daar niet alleen. Hij trachtte mensen te overtuigen van de goedheid van het leven. De mens stond altijd in het middelpunt Hij probeerde ook zelf die goedheid gestalte te geven.
Wij allen kennen daar vele voorbeelden van. Niet voor niets wordt zijn lichaam vandaag gedragen door mensen zonder een thuis. Ze vonden bij hem een plaats in zijn huis, of hij zorgde voor hen, maar vooral vonden ze een plaats in zijn hart. Hij was de oprichter van huize " Doortocht". Hij sprak de mensen aan op hun verantwoordelijkheid, vooral degenen van wie hij vond dat ze een steentje of meerdere steentjes konden bijdragen.
Was Leo daarom ook niet een soort Robin Hood! Ik zeg met nadruk: EEN SOORT. Leo kwam overal in alle geledingen van onze samenleving. Wist zich steeds weer te omringen met de mensen die hij nodig had, om de evangelische boodschap, zoals ze vandaag ook klonk: “Wie twee stel kleren heeft, moet delen met wie er geen heeft. En wie eten heeft moet hetzelfde doen.”, praktisch uit te voeren. Die het hebben, wist hij wel zolang te bewerken dat ze het gaven (of in ieder geval gaven om van de lange betogen van Leo. af te zijn). En dan gaf hij het aan de mensen of aan de doelen waarvan hij vond dat die het nodig hadden. Impulsief en betrokken, maakt hij zich boos om onrecht en belde, regelde met kracht een oplossing. Sliep er niet van tot het gebeurd was.
De burgerlijke overheid behandelde hij met respect, maar sprak hen ook aan op de dingen waarvan hij vond dat ze niet juist waren. Soms maakte hij zich daar boos over. Dan had je plotseling als burgerlijk bestuurder Leo op je stoep staan. letterlijk, en dan was je nog niet van hem af.
Vooral de jongerenkerk was zijn kind. In de turbulente zestiger jaren voelde hij de tekenen van de tijd goed aan, en trok vele jongeren uit de hele regio, voor meditaties en vieringen. Maar ook vele bekende persoonlijkheden bezochten deze kerk zoals Dom Helder Camara. Hij was goed van de tongriem gesneden en ook vloeiden er goede en pakkende woorden uit zijn pen. Zijn artikelen en stukjes werden graag en veel gelezen in heel de regio. Het waren zeer inspirerende woorden. De stad Venlo was zijn thuis. Venlo was een beetje van hem, en hij is van Venlo.
Alles wat er in en rond die stad gebeurde had zijn grote interesse. Zoals met carnaval, daar stond hij midden tussenin. Jocus weet daar alles van. Vaak askruisjes uitdelend op de markt aan het eind. En vergeten we niet de sport: want VVV verliest in Leo een trouwe fan. Geestelijk adviseur, dat nam hij heel serieus. Hij was er in alle noden en zorgen voor de club, maar ook voor spelers en bestuurders, persoonlijk.
Genooi was voor hem een plek waar hij gaarne vertoefde, ja hij was DE pastor van Genooi. Ging hier wekelijks voor tot het niet meer kon. Vandaag nemen we afscheid van deze opmerkelijke mens! Dat doen jullie, de familie, en jij Etty, zijn trouwe huisgenote. Je bent voor hem steun en toeverlaat geweest, je was er voor hem zorgend, luisterend, begrijpend, helpend, daarvoor past grote dankbaarheid.
Leo. was en bleef altijd priester! Over de invulling van dat ambt had hij, zoals bij zovele zaken, zijn eigen gedachten en gaf er zijn eigen invulling aan. Het moest bij hem passen. Hij was geen marionet die zou toelaten dat een ander aan de touwtjes trok. Dat paste niet bij hem.
Wat wel bij hem paste was de Persoon van Jezus Christus. Door Hem liet hij zich inspireren bij alles wat hij deed en zei. En daarom lazen wij vandaag in het woord van Johannes, Jezus' grondwet, welke Hij gaf voor alle mensen van alle tijden. Het woord: “Delen" bekleedt daarin de voornaamste plaats! En het zijn die mensen die geprezen worden. Niet de sterksten, niet de rijksten, niet de geweldenaars krijgen dat predikaat. Maar zij die hun hart op de goede plaats dragen. Volgens die grondwet heeft Leo geleefd en gewerkt.
Moge hij dan nu ingaan in de rust en in de vrede waarover hij zo dikwijls heeft gepreekt. We zullen hem missen maar niet vergeten.
Leo, dank voor alles wat je hebt gedaan. Rust nu maar in de liefde waarover je zo dikwijls hebt gesproken. Rust in de liefde waarvan je iedereen in woord en in daad wilde overtuigen.
Rust daar maar uit nu voor jou alles is volbracht.
AMEN.




Afscheid father Jonathan Germinanda
Beste Parochianen.
Zoals bekend gaat Fr.Jonathan ons verlaten en neemt hij afscheid tijdens de H.Mis van Zondag 15 januari om 11 uur in de H.Familiekerk.
Na de dienst is er gelegenheid om hem een handje te geven in zaal Copacabana aan de Leutherweg te Venlo en natuurlijk wordt er voor een drankje en een hapje gezorgd.
Wij hopen dat U allemaal Uw dankbaarheid wilt tonen aan Fr.Jonathan, voor alles wat hij de afgelopen jaren voor onze kerken van Venlo-oost en later ook de andere parochies, zoals Martinus en O.L.Vrouwekerk heeft gedaan, en in grote getale zult komen.
Een fantastisch mens wordt teruggeroepen door zijn congregatie. Helaas, het is niet anders. Hopelijk tot ziens op de 15e januari Team Familiekerk.
P.S. Mogen we U er op attenderen dat Fr.Jonathan geen grote kado’s kan meenemen. Misschien is een envelopje daarom heel welkom.
deken J Spee
Kennismaking Arjan Langen

Lieve parochianen,
Graag wil ik mij aan u voorstellen. Mijn naam is Arjan Langen, ik kom uit Tegelen, en loop tot medio 2012 stage bij Deken Spee in Venlo. Ik ben geboren in Maastricht, maar ben van Indische afkomst (mijn moeder is in Indonesië geboren). Ik woon sinds mijn derde jaar in Tegelen en volgde in Venlo de middelbare school. Daardoor is mijn dialect een mengelmoesje van Tegels en Venloos geworden. Ik werk als farmaceutisch specialist bij het farmaceutisc bedrijf MSD in Oss waar ik verantwoordelijk ben voor de kwaliteit van steriele geneesmiddelen.
In 2006 werd ik door een vakantie in Rome en Assissi geraakt door het katholieke geloof. Toen mijn dochter dat jaar de eerste Heilige Communie ging doen, ben ik in aanraking gekomen met de plaatselijke kerk en met pastoor Dautzenberg in Tegelen. Ik raakte erg geinspireerd door zijn wijze waarop hij met mensen omging, en besloot me uiteindelijk aan te melden voor de opleiding tot permanent diaken. Op dit moment volg ik het vijfde en laatste jaar, het jaar waarin ik - deo volente - tot diaken zal worden gewijd.
Tijdens mijn stage zal ik vooral in de Sint Martinusparochie werkzaam zijn, maar zo nu en dan ook in andere Venlose parochies. Ik verheug me er erg op en kan al zeggen dat de eerste weken mij erg goed zijn bevallen. Ik voel me al erg welkom hier. Ik zie er naar uit om u te ontmoeten, in en buiten de vieringen, en om u nader te leren kennen.
Hartelijke groet,
Arjan Langen
Vertrek pater Jonathan Germinanda uit Venlo
De Generale overste van de Mission Society of the Phillipines heeft besloten Father Jonathan Germinanda een studie-opdracht te geven in Rome, vanwege een toekomstige taak in de opleiding van priesters voor de MSP.
Daarom zal Fr. Jonathan ons in januari 2012 gaan verlaten.
Het stemt ons allen droef maar het is begrijpelijk dat zijn congregatie zijn grote talenten voor haar toekomst wil inzetten.
Het is nog een paar maanden, maar we zullen tijdig mededeling doen omtrent het afscheid. Deken J H W Spee.
Venlo, 3 oktober 2011.
Toespraak deken J Spee over krimp van de kerk.
Beste parochianen,
De krimp van de kerk is natuurlijk pijnlijk, maar ook een onontkoombaar gegeven. Dat noopt tot samenwerking. Want het gaat niet alleen om een tekort aan pastores, maar ook, door vergrijzing van vrijwilligers.
Natuurlijk heeft dat te maken met secularisatie, maar ook met de maatschappelijke ontwikkelingen. En met de waardeschaal die mensen aanleggen. We zijn natuurlijk geneigd om bij samenwerking te proberen vast te houden wat altijd geweest is. In deze tijd met zijn snelle polsslag verandert al zoveel. Laten we nog iets van ons zelf houden en van dat wat altijd zoveel geborgenheid gaf en vertrouwd was. Maar er zijn ook heel veel positieve dingen te ervaren. Samen bereik je méér dan alleen. We kunnen niet met gesloten ogen op de afgrond toegaan.
Al samenwerkend begeester je elkaar, je kunt veel van elkaar leren, en zeker óók bestuurlijk meer tot stand brengen.
Natuurlijk ik ben altijd een warm voorstander geweest van het feit dat de eigenheid van iedere geloofsgemeenschap zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden.
Deken Schreurs zei in een afscheids -intervieuw in de krant : “Als de portier van de school de namen van de leerlingen niet meer allemaal kent , is het niet goed!” En dat is wijs en heel waar. En wat voor een school geldt, geldt ook, misschien nog meer, voor een parochie.
We moeten de menselijke maat vast houden. Door die krimp heeft zich het feit voorgedaan dat bij mijn benoeming het bisdom mij duidelijk de opdracht heeft gegeven om mij in te zetten voor een federatieverband van parochies in het Stadsdeel Venlo.
Dat is geen sinecure. Ik heb aan den lijve ervaren hoe moeilijk het was om de drie heel verschillende geloofsgemeenschappen van Stalberg. Leutherberg en Maagdenberg met elkaar in samenwerking te brengen. Ik kan als pastoor van 5 van onze stadsparochies en deken van een van de grote dekenaten van ons bisdom, natuurlijk niet meer pastoor zijn zoals voorheen.
De meeste priesters en diaken van onze stad beschouwen ons als één pastoresteam. We komen ééns in de veertien dagen bijeen. Nu doet zich het feit voor dat pater Giesen OSA weer in een Augustijnencommuniteit in Nijmegen is gaan wonen.
Ik kan het rooster voor het celebreren van de Missen in onze kerken niet meer sluitend krijgen. Dat probleem hebben we besproken in onze bijeenkomsten. Er is een voorstel geformuleerd, dat nu breder in bespreking is, uitgaande van één Eucharistieviering per kerk in het weekend. En als we eerlijk zijn, moeten we ook zeggen dat de aantallen kerkgangers niet van dien aard zijn, dat er te weinig plaats is!
Ik vraag om uw begrip, dat bovengenoemde krimp ook vermindering van het aantal vieringen met zich mee brengt. En waarschijnlijk ook verandering van aanvangstijden.
Het kan niet meer anders. ` Lieverkoekjes `kunnen niet meer gebakken worden.
Een viering heeft ook veel meer sfeer als de kerk redelijk gevuld is. Dan kan ze ook beter verzorgd worden Geen parochie, kan op zichzelf door blijven gaan. Dat betekent in steeds sneller tempo op het einde afstevenen. Het gaat ook niet om deze of gene parochie. Een aantal Venlose parochies zijn vanaf 1911 ontstaan. Zij waren een goed instrument in de vorige eeuw. Nu wordt een andere aanpak gevraagd. Het gaat niet om een parochie of bepaalde kerk, het gaat erom dat wij het evangelie en de kerk levend houden in onze stad.
Deken J Spee
Venlo, 3 juli 2011
4 mei 2011 Dodenherdenking in Rosarium
Vandaag zijn we bijeen om te gedenken. Gedenken, dat wil zeggen: even stilstaan, letterlijk en figuurliVjk. Dat lijkt heel eenvoudig, maar dat is het toch niet, althans zeker niet in deze tijd waarin wij leven. Daar staat bijna niets stil. Alles gaat door, dag en nacht. Wij zijn gewend geraakt aan een 24 uurs economie, waardoor alles 24 uur doorgaat. Je krijgt zelfs niet de kans om stil te staan ook al zou je dat willen. Ons leven is dermate dynamisch dat ook grootse zaken aan ons waarnemingsvenster voorbijvliegen, zoals het landschap dat doet gezien vanuit een rijdende trein.
Even worden we soms opgeschrikt door iets vreselijks wat zich heeft voltrokken aan medemensen. Heel even maar, want al spoedig heeft dit plaatsgemaakt voor het volgende.
Vraag nu eens aan mensen naar de naam van dat kind dat verleden jaar werd vermoord; naar de naam en woonplaats van die vrouw die rond de Kerst dood in haar flat werd aangetroffen. En weinigen zullen het zich nog herinneren. Niet uit desinteresse, niet uit onverschilligheid, maar vanuit de stuwing die we voelen en ervaren iedere dag weer. Alleen wanneer we het samen afspreken om even stil te staan, even pas op de plaats te maken, dan zetten we het raderwerk buiten en binnenin ons even stil. Heel even maar, zoals vanavond, landelijk: twee minuten.
En soms moeten we ervaren, zoals verleden jaar, dat dit sommigen al teveel blijkt te zijn. Kunnen we de stilte aan? De stilte van dit moment, waarop we medemensen gedenken. Medemensen die leefden in het verleden. Een verleden dat nog niet zover achter ons ligt en een verleden dat al meer dan 60/70 jaar geleden een heden was. Want in die stilte moge, nee: MOET het ons duidelijk worden wat mensen is aangedaan. Voor hen die hun kind, hun man of hun vrouw, hun vriend of anderszins verloren in het geweld geldt dat verleden niet. Voor hen is het nog steeds: heden!
Men zegt dat de tijd alle wonden heelt, maar dat blijkt eerder een wens te zijn dan werkelijkheid. We gedenken het geweld, het dodelijke geweld dat er niet had hoeven zijn, wanneer mensen hun medemensen hadden verdragen. We staan stil, ook al doet het ons pijn, bij het feit dat er in ons mensen een verschrikkelijk monster kan huizen dat om zich heen bijt en alles vernietigt wat het tegenkomt. Dat degenen die het monster de kans tot leven gaven zelf huisvaders, en huismoeders waren, zonen en dochters waren, maakt het alleen maar angsti- ger en bedreigender. Dat mensen wapens uitvinden en gebruiken die feilloos hun doel treffen en dood en verderf zaaien waarbij vele onschuldigen het leven lieten en laten, dat gedenken we vandaag in stilte. Dat zij die deze wapens bedenken, produceren en verhandelen daar dikwijls schatrijk mee worden in een 24 uurs economie, dat gedenken we vandaag in stilte.
Dat mooie woorden en prachtige bloemen dat verschrikkelijke leed nooit goed kunnen maken, dat weten we. Maar dat die woorden er vandaag zijn en de bloemen laat ook zien dat de mens nog iets anders in zich kan vrijlaten dan het monster. We gedenken om niet te vergeten al datgene wat zo graag vergeten wordt. "We moeten verder" zeggen we dan. Ja, maar we mogen ons in alle eerlijk- heid afvragen hoe dat verder gaan eruit zal zien, vandaag en alle dagen die gaan komen. Ja, het is goed even stil te staan en te mijmeren te midden van een bruisende wereld waarvan we allen deel uitmaken.
Persoonlijk realiseer ik me, niet alleen vandaag, dat ik mag wonen in hetzelfde huis, waarin mijn illustere voorganger, deken Jules van Oppen woonde. Hij was het eerste slachtoffer onder de geestelijken, van de naziterreur. Omdat hij niet zweeg waar mensen met veel lawaai en fraaie beelden, misleidt werden, en moedig zijn stem verhief, ondanks de waarschuwingen heel persoonlijk aan hem, van de bezetter. En ook liggen daar de voetstappen van Kapelaan Naus, die hier aanvankelijk woonde, alvorens hij in het Kerkepörtje ging wonen en in de zangzaal bijeenkwam met mensen uit het netwerk dat zovelen redde van een wisse dood. Dat we trots zijn op hen die hun leven gaven opdat anderen zouden leven, dat erkennen we en we eren hen. Leven in vrijheid! In de vrijheid van er te mogen zijn zoals je bent. Niet opgejaagd door wat dan ook in een richting waarheen je niet wilt.
Moge dat en nog veel meer ons inspireren op dit moment, door ons samen afgesproken, om even stil te staan en te gedenken.
Deken J.H.W. Spee.
Restauratie hoofdaltaar
Onlangs zijn de panelen in de twee smeedijzeren steunen, links en rechts terzijde van het retabel - die de luiken dragen - schoongemaakt en opnieuw verguld.
Bij deze werkzaamheden gaf het retabel weer iets van zijn geheimen prijs. Elk paneel bestaat nl. uit een ijzeren achterzijde en daarop - los - een frontzijde die versierd is met eikenloof en vergulde eikels.
Deze frontzijde is echter van leer. De restaurateur, de heer Frans - Joseph Joordens, noemde het gebruik van dit materiaal bij een object als dit, zeer uitzonderlijk. De achterplaat en de frontzijde worden op hun plaats gehouden via een getorst, ijzeren verguld sierkoord langs de randen van de sponning waarin het paneel valt.
Momenteel zijn de vier panelen van de vier evangelisten uit de predella in restauratie ( zie verder hieronder ) terwijl na half augustus de draaiconstructie van de luiken zal worden hersteld.
Toespraak b.g.v. herdenking van de bevrijding Venlo 2010.
"Vrijheid, blijheid" Die twee woorden horen bij elkaar en dat is niet voor niets. Degenen die het zelf nog hebben meegemaakt zullen kunnen vertellen hoeveel blijheid ze om zich heen zagen en zelf voelden, toen 65 jaar geleden de bevrijding van deze stad een feit was geworden.
Niet meteen, eerst was er verbazing en verwondering om 4 uur ’s middags. De heer W. v.d. Randen beschrijft hoezeer het terugkeren in de stad die een eindeloze puinhoop leek, er eerder een gevoel van “lijkschouwing" was, dan een gevoel van blijheid. Misschien dat vrijheid nog meer betekende: weer eten krijgen. Niet meer hoeven te vluchten in kelders e.d., geen angst meer voor de brute bezetter. Nog op de Bevrijdingsdag laten enkele Venlonaren het leven.
Een film, uit de eerste dagen na de bevrijding toont veel mensen die rustig staan te wachten voor het stadhuis, in de kou, wachtend op de soep die uitgedeeld wordt. Na jaren van overheersing door een vijandelijke macht had men aan den lijve ervaren wat het betekent om niet vrij te zijn. Uit onze stad werden zovele Joodse medeburgers weggevoerd, en misschien ook wat meer vergeten, maar niet minder afschuwelijk, de vele Sinti en Roma, van de Kleine Hei of Genooy.
Zij ondergingen hetzelfde lot. Het twee maanden oude Sinti Kindje Margaretha Pommée staat symbool voor alle Joodse en Zigeunerkinderen uit onze stad. Niet vrij in je manier van praten en van doen. Niet vrij om te gaan en te staan zoals je zou willen. Geen ruimte voor iets anders dan voor hetgeen door de bezetter werd bevolen of getolereerd. Die blijheid kwam bij alle mensen vanuit het diepst van hun hart. Daar in dat hart en in hun gedachten waren ze echter altijd vrij gebleven. De bezetter kon niet in je hart kijken en op die plaats droeg je alles mee wat je aan de buitenkant niet kon en niet mocht tonen. Daar zat als het ware een slot op. En toen dat slot opengebroken kon worden, ja toen kwamen alle emoties langzaam als een vloedgolf naar buiten. Eindelijk vrij! Jouw stad, al waren het puinhopen, alleen de torens van het stadhuis waren nog te herkennen, geen spits meer op de toren van de Martinuskerk, door 13 bombardementen en zovele granaatinslagen, weer in bezit van de mensen aan wie ze toebehoort! Geen dwingelandij meer, geen angst om wat je wel en niet kunt zeggen, geen dreiging van razzia’s meer: dat maakt blij.
De geallieerden, zoals ze genoemd werden, kwamen die bevrijding brengen. Niet de Engelsen uit de kant van Blerick, maar de Amerikanen, vrij onverwacht via de Kaldenkerkerweg. De vijand verloor het van hen. En de Engelse taal klonk als muziek in de oren na zo lange tijd waarin het Duits had overheerst. Eigenlijk zou je toen aan iedere feestvierende Venlonaar hebben moeten vragen: "En wat verwacht je nu van de toekomst van deze stad en haar inwoners? Hoe ga je samen met de anderen gestalte geven aan de opbouw? Wat zal straks het allerbelangrijkste zijn. En wat wens je de stad toe?" Dan zou je nu, na 65 jaar, hebben kunnen bekijken wat daarvan is uitgekomen en wat niet.
Stel dat het de mensen toen gevraagd zou zijn, dan zouden de antwoorden geweldig positief zijn geweest. "Een stad waar iedereen tot zijn recht kan komen, waar iedereen zich gelukkig kan voelen, waar niemand een ander dwarszit, waar ruimte is voor ieders mening." En wellicht nog vele dingen meer. Dat zouden ze 65 jaar geleden waarschijnlijk allemaal van harte hebben bedoeld. Want had men niet in de jaren ervoor moeten ervaren wat het betekent om van dat alles het tegendeel te moeten ervaren? Dat gun je niemand, misschien zelfs je grootste vijand niet.
Nu, na 65 jaar, kunnen vooral zij die het persoonlijk meemaakten, maar niet alleen zij, ervaren wat er in die 65 jaar allemaal in en met de stad is gebeurd. Vele zaken zullen tot tevredenheid stemmen, andere dingen wellicht minder of helemaal niet. Niet alle verlangens zullen zijn uitgekomen. Maar hoe dies ook zij, de vrijheid die toen herwonnen werd heeft haar vruchten afgeworpen. De blijheid als een vloedgolf vanuit het hart is misschien tot een wat rustiger stroompje geworden dat wellicht zo af en toe, wanneer de omstandigheden daartoe dwingen, zelfs even kan opdrogen. Vrijheid/blijheid kan ook wel eens de betekenis hebben van : laat maar alles gaan. Doe maar wat je wilt. Nee, vrijheid vraagt ook van ons: De opgave om er samen de schouders onder te zetten om de vrijheid te blijven waarborgen. De vrijheid waar zovelen voor hebben gevochten en in welke strijd ook velen hun leven hebben gegeven. Dat mag ons ertoe aanzetten die vrijheid te koesteren en te behouden en dat zal uiteindelijk vreugde geven. Ja, vrijheid en blijheid, ze horen bij elkaar en laten we dat zo houden voor nu en voor de toekomst. En laten we dat vooral blijven doen in dankbare herinnering aan hen die het volhielden en die zich hebben verzet tegen de onderdrukking en die er mede voor hebben gestreden dat de afgenomen vrijheid werd herwonnen.
Reatauratie hoofdaltaar
Momenteel ( januari 2010) wordt het hoofdaltaar weer onder handen genomen. Om precies te zijn wordt van de drie mogelijke standen, de kleinste stand van de 4 apostelen schoongemaakt.
De werkzaamheden worden uitgevoerd door de heren Frans-Jozef Joordens en Theo Lamberts.


Het processiepark in Genooy anno mei 2009



Installatie deken J Spee
Op zondag 19 oktober 2008 werd pastoor J Spee van de parochies Venlo-Oost geinstalleerd als
pastoor van de Sint Martinusparochie Venlo en als deken van het dekenaat Venlo-Tegelen.
De installatie werd verricht door Mgr. Dr. H Snackers, vicaris-generaal van het bisdom Roermond.
Na de installatie volgde een druk bezochte receptie in de kerk.
Dankwoord uitgesproken door deken J. Spee bij zijn installatie op 19 oktober 2008
Op dit moment past het een woord van dank uit te spreken. Ik zou daar kort in kunnen zijn want ik wil iedereen bedanken en daarbij niemand vergeten, want ieders inzet is even belangrijk.
Toch past het eveneens om sommigen bij name te noemen. Zo wil ik onze bisschop bedanken voor de benoeming en het vertrouwen in mij gesteld. Zijn vicaris-generaal Mgr. Schnackers voor zijn aanwezigheid hier en voor de wijze waarop hij de installatie heeft verricht.
Ik bedank de aanwezige concelebranten en collega-pastores in het dekenaat. De aanwezige collegiale en bevriende predikanten van de reformatorische kerken: Ds. Gosker, Ds. Hirs, Ds. de Zeeuw, Ds. Van Voorst, en hun echtgenoot en kinderen. De vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap en de Islam.
Ik bedank burgemeester Bruls, voor uw goede woorden, wethouders en andere burgerlijke autoriteiten voor hun aanwezigheid hier in de kerk. De leden van de kerkbesturen van de St. Martinusparochie en de drie parochies van Venlo - Oost: H. Familie, St. Jozef en Don Bosco.
De vertegenwoordigers en vertegenwoordigsters van de andere parochies uit ons Dekenaat Venlo-Tegelen. De assistenten misdienaars, acolieten, lectoren, het St. Martinuskoor, de koster en vrijwilligers.
De Venlose huzaren die een eigen cachet geven aan deze viering. En ik bedank hen die minder zichtbaar hun steentje hebben bijgedragen: zij die de boekjes maakten, de kerk schoonmaakten en al die andere diensten hebben verricht die noodzakelijk zijn om een plechtigheid als deze gestalte te geven. En u allen die gekomen bent: familieleden, vrienden, parochianen waar ook vandaan, en alle anderen: hartelijk bedankt.
Zojuist ben ik dan geïnstalleerd als pastoor van deze Sint Martinusparochie en is de benoeming tot deken welke ik per 1 oktober van de bisschop ontving onderstreept. De naam H. Martinus roept vele gevoelens op en doet ons verhalen vertellen. Misschien is het meest beroemde verhaal wel dat van de mantel die door hem door midden werd gehouwen met zijn zwaard ten bate van een bedelaar. Dat verhaal is al dikwijls verteld en ook op voortreffelijke wijze nagespeeld. Met dat verhaal voel ik me vandaag verwant. Niet dat ik dit kazuifel zo dadelijk voor uw aller ogen doormidden zal klieven, maar wel dat er wat te verdelen valt. Ik hoop dat niet met het zwaard te gaan doen, maar in goed overleg. In tegenstelling tot de H. Martinus, zal het mijn taak worden om voorlopig mijzelf te vierendelen. Niet als martelaar, maar wel als pastoor voor de drie parochies waarvan ik reeds pastoor was en waar deze oude moederparochie thans is bijgevoegd. Daarbij zal ik trachten mij zo goed mogelijk te kwijten van mijn taak als deken van het dekenaat Venlo-Tegelen. Velen hebben mij, sinds het bekend worden van deze benoeming, in de afgelopen weken gefeliciteerd. Die felicitaties werden in de meeste gevallen begeleid door een woord van bemoediging en medeleven omwille van de toch wel zware taak die mij nu te wachten staat.
Een broeder uit de Reformatie zei zelfs: "Ik verklaar u stapelgek", om eraan toe te voegen : "maar ik ben blij dat u 'ja' hebt gezegd."
Van de H. Martinus wordt verteld dat hij, toen hij hoorde dat men hem tot bisschop van Tours wilde verheffen, zich verborg in een ganzenhok. Maar de ganzen hebben zijn aanwezigheid met hun gesnater verraden. Dat zou de reden zijn van het slachten van de zogeheten Sint-Maartensgans op het feest van de heilige. Wel: Iets dergelijks heb ik niet gedaan, dus hoeft er ook niemand geslacht te worden. Natuurlijk heb ik dit alles wel goed overwogen, en uiteindelijk heb ik er 'ja' op gezegd. Door mijn hoofd en hart gingen wellicht niet de verheven woorden die de H. Martinus ooit sprak, maar ik kan me er wel in vinden. Hij zei ooit: "Heer als ik voor Uw volk nodig ben, dan zal ik de arbeid niet weigeren, Uw wil geschiede". Hij was een heilige. Ik zeg het maar wat eenvoudiger: "Ik ga ervoor, ik zal doen wat ik kan, met mijn mogelijkheden en óók tekorten, en ik hoop op uw aller steun en medewerking en dat daar Gods zegen op mag rusten".
Dank u wel.








Afscheid van Deken A Franssen
Onder grote belangstelling heeft deken A Franssen gisteren ( zondag 28 september 2008)
afscheid genomen van het dekenaat Venlo - Tegelen en de Sint Martinusparochie van Venlo.
Na de Eucharistieviering werd de deken door burgemeester H Bruls van Venlo onderscheiden met
"De Erespeld van de gemeente Venlo".
Huisgenote mevrouw Annie Nicolaes - Hesemans ontving uit handen van de deken de pauselijke
onderscheiding "Pro Ecclesia et Pontifice".
Aansluitend werd door het Philharmonisch Gezelschap Venlo een serenade gebracht.
Daarna was een druk bezochte receptie.





-+