







ONZE LIEVE VROUW VAN GENOOY EN HAAR KAPEL
Sinds 1829 maakt de kapel van Genooy deel uit van de St. Martinusparochie. De kapel van Genooy met het genadebeeld van O.L.Vrouw ligt ca. 3 km ten Noorden van het centrum van Venlo, niet ver ten Oosten van de Maas.
De kapel van Genooy gaat terug op de kloosterkapel van het oude klooster Mariëndal, dat in 1423 ‘in der ooden’ werd gesticht door vrouwen die als Tertiarissen leefden volgens de Derde Regel van St. Franciscus. De kapel was toegewijd aan de H. Catharina. Na de verwoesting van hun klooster Mariëndal, op 20 september 1582, ten gevolge van de woelingen van de 80-Jarige Oorlog vestigden de zusters zich in het voormalige klooster van de Cellebroeders, -Trans Cedron - thans ongeveer op de hoek van de Nieuwstraat en de Grote Beekstraat. Hier namen zij in 1611 de Regel van de Annunciaten aan. De zusters verbleven in dit klooster tot 24 februari 1797, toen zij door de Franse bezetter uit hun klooster werden verdreven.
Ofschoon de zusters na 1582 niet naar Genooy terugkeerden, liet moederoverste Sara Herlin, in 1631, op de restanten van het vroegere klooster Mariëndal, een nieuwe kapel bouwen. In deze kapel liet Sara Herlin een altaar plaatsen met daarop het Mariabeeld dat er nu nog staat.
Maria draagt Jezus op haar linkerarm. In haar rechterhand houdt zij een scepter. Het kind Jezus draagt links de wereldbol, terwijl het met de rechterhand een zegenend gebaar maakt. In dit beeld wordt aldus ‘verzinnebeeld’ dat alle macht bij Jezus en Maria berust.
In mei 1632 belegerde prins Frederik Hendrik Venlo. De zusters vreesden het ergste voor hun kapel en het beeld van O.L. Vrouw. Op hun verzoek aan de prins om het beeld te mogen meenemen zou Frederik Hendrik gezegd hebben: “dat beeldt wil ick hier houden, tis een soet schoon beldeken, tis meij plesier dat aen te sien, ick heb vermaek daerin en salt bewaren, dat niemant dat sal schinden, daeop sijt gerust”. De prins deed zijn woord gestand, beeld en kapel kwamen ongehavend uit de strijd.
In de loop van de 17de en 18de eeuw kwam de kapel van Genooy nog enkele malen in de schoots- of vuurlinie te liggen, maar kapel en Mariabeeld bleven daarbij toch steeds gespaard.
De 24ste februari 1797, waarop de zusters Annunciaten ook van hun kapel in Genooy afstand moesten doen, was dan ook een extra zwarte dag. Gelukkig kocht Mr. Hermanus Paulus Heutz de kapel en de boerderij en voorkwam zo verder onheil. Heutz droeg de kapel en haar aanhorigheden in 1818 weer over aan de nog levende Annunciaten. Dezen schonken bij openbare akte voor notaris Arnold Bloemarts hun bezittingen in Genooy aan de parochie van St. Martinus te Venlo. De pastoor van die parochie moest wekelijks een zielenmis lezen voor de overleden Venlose Annunciaten. Onder dezen bevond zich ook zuster Agnes Huyn van Amstenrade, die in 1641 overleed en die in de kapel van Genooi begraven is.
De verering van het genadebeeld van O.L. Vrouw gaat terug tot in de 17de eeuw. In de loop der jaren werd Genooy een genadeoord zoals Limburg er vele kent. Liedjes, prentjes, gedichten en zelfs toneelstukken leggen daarvan getuigenis af.
De kapel werd meerdere malen vergroot en aangepast. In 1757 werd er een voorportaal gebouwd waar kaarsen konden worden opgestoken. In 1846 werd de oorspronkelijke kapel verbouwd en vergroot. De muren werden opgetrokken en de zoldering overwelfd. Ten tijde van de 1ste wereldoorlog werd de toeloop te groot voor de bestaande kapel. Deken Mathieu Bauduin verzocht Dr. P. Cuypers in 1915 een uitbreidings- en restauratieplan op te stellen.
De kapel werd door Cuypers in het Oosten van 3 absissen voorzien. Hierdoor lijkt de achterzijde van de kapel nu op een klaverblad. Aan de voorzijde werd het oude voorportaal gesloopt en vervangen door een langwerpig voorportaal.
Dit werd met de lange zijde haaks op de oude kapel geplaatst. Het portaal kreeg bovendien een bovenverdieping waarin het oksaal werd ondergebracht. Op 20 mei 1917 zegende de uit Venlo afkomstige bisschop van Roermond, mgr. Laurentius Schrijnen, deze gerestaureerde en vergrote kapel in. Bij deze gelegenheid kroonde hij het beeld met een nieuwe zilveren kroon.
In 1935 werd het Mariabeeld in een kunstig gesmede nis geplaatst.
De toeloop naar Genooy en de devotie tot Maria zijn onverminderd groot.
Het Mariabeeld, waarom het allemaal begonnen is, dateert uit de 17de eeuw. Dit blijkt uit het restauratierapport van Charles Volders uit 1985. De maker van het beeld is onbekend. Het materiaal van het beeld is perenhout. Het beeld vertoont nog middeleeuwse kenmerken, maar ook al de vrijere en dynamischere vormentaal van de barok.
In de loop van de tijd is er vaker aan het beeld gewerkt. Zo bleken er op de oorspronkelijke polychromie 3 latere lagen te zijn aangebracht, de laatste in het begin van de 20ste eeuw, in neogotische stijl. Waarschijnlijk gebeurde dit op instigatie van P. Cuypers en ook in diens atelier. Volders verwijderde alle niet oorspronkelijke polychromeringen en conserveerde het door houtworm en de tands des tijds aangetaste beeld. Hij bracht de originele kleuren terug en herstelde ook de oorspronkelijke vergulding met 14-karaats bladgoud. Het beeld, zoals het er nu staat en vele Venlonaren vertrouwd is, heeft dus nu zijn orginele, authentieke 17de eeuwse verschijningsvorm terug.